Site Overlay

De Ebro Delta in Spanje , een rust- en voederplaats voor trekvogels.

Al meer dan veertig jaar stond de Ebrodelta op mijn verlanglijst. Een plek waar land en water elkaar ontmoeten, en waar trekvogels even halt houden op hun lange reizen. In maart was het eindelijk zover. Samen met mijn broer Koen trok ik er tien dagen op uit, vastbesloten om dit vogelparadijs zelf te ontdekken.


Van 15 tot 26 maart 2026 verkenden we het gebied. Volgens kenners waren we misschien net iets te vroeg voor de grote trek, sommige soorten lieten nog op zich wachten. Zo arriveerde de purperreiger pas een dag na ons vertrek. Maar dat kon de pret niet drukken. Wat we wel zagen, was meer dan voldoende om ons te verwonderen over de rijkdom en verscheidenheid van het leven in de delta.


De reis verliep vlot. Alleen het huren van een wagen bleek, zoals wel vaker in Spanje, gepaard te gaan met wat administratief gedoe, ondanks alle online voorbereidingen. Daarna reden we ontspannen richting de delta.

Maar onze eerste indruk was… verrassend en eerlijk gezegd wat teleurstellend. Voor ons strekte zich een eindeloos cultuurlandschap uit: duizenden hectaren rijstvelden, strak ingedijkt en klaar om ingezaaid te worden. Geen vogel te bespeuren, geen boom of struik te zien. Rechte betonkanalen doorsneden het landschap en maakten het beeld compleet.


Pas toen we aankwamen in het dorp Eucalyptus, veranderde dat gevoel. Daar liep een scherpe grens, haast symbolisch: aan de ene kant de gecultiveerde rijstvelden, aan de andere kant de ruige schorren en slikken, waar runderen rustig graasden. Het was alsof de natuur zich net achter die grens had teruggetrokken.


De volgende dag sloeg onze teleurstelling om in verwondering. We bezochten de eerste vogelkijkhutten, les facades langs de Carretera de Baladares en de Salinas de Sant Antoni. Deze plekken, ooit zoutpannen waar men zout won uit verdampend zeewater, lagen er nu verlaten bij. Maar de natuur had ze opnieuw ingenomen. In de ondiepe bassins, waar het waterpeil nauwelijks schommelt, was een levendig ecosysteem ontstaan vol voedsel en beweging.


Langzaam maar zeker begon de delta zich aan ons te tonen zoals we haar hadden gehoopt: niet als een leeg landschap, maar als een levend, ademend geheel vol verrassingen.


En daar waren ze dan, de flamingo’s. Ze stonden dicht opeen in het slib, druk in de weer om kleine organismen los te woelen. Het bleef een wonderlijk gezicht: hun kop ondersteboven in het water, hun snavel als een zeef die voedsel uit het troebele slib filterde. Voorzichtig stappend door het ondiepe water leken ze elk moment te kunnen wegzakken. En wanneer ze tot rust kwamen, trokken ze één poot op en draaiden hun kop in hun veren. Wat overbleef, waren bijna abstracte, hartvormige roze pluimen.


Ook de steltlopers lieten zich niet onbetuigd. De groenpootruiter en de tureluur waren onvermoeibaar op zoek naar voedsel, hun gevoelige snavels tastend in het water, op zoek naar zelfs de kleinste prooien. Ze leken elkaar niet in de weg te zitten, ieder werkte op zijn eigen diepte. Langs de oevers scharrelde de oeverloper, trouw aan zijn naam, voortdurend in beweging. In zijn spoor volgde het witgatje, alsof het hem geen moment uit het oog wilde verliezen.
De kluten en de steltkluten zijn eveneens onderweg naar noordelijke gebieden.

Uitrusten en op krachten komen om hun tocht verder te zetten kan perfect in de Ebrodelta. Vooral de steltkluut valt op door zijn contrasterende zwart-witte kleuren. Deze ranke steltlopers worden duidelijk door hormonen gedreven, de mannetjes ondernemen pogingen om de vrouwtjes te versieren met elegante baltspasjes. Het is niet voor niets lente. De jonge vogels, herkenbaar aan een zwarte vlek op de kop, zijn nog niet aan paren toe en kijken belangstellend toe.


De grote en de kleine zilverreigers behoeven verder geen betoog. De grote zilverreiger, met zijn gele poten, baadt in het heldere zonlicht als een levend sneeuwbeeld.


Een andere manier om voedsel te verschalken zien we bij de reuzen- en de grote sternen, die met zwevende duikvluchten visjes uit het water grijpen. Wanneer we door de ondiepe lagune waden, merken we dat het om zandspieringen gaat, die zich in scholen van honderden ophouden en vanuit de lucht waarschijnlijk goed zichtbaar zijn. De sternen zijn langeafstandstrekkers die in groepen de kusten volgen, van noord naar zuid en weer terug. Ze zijn goed waarneembaar wanneer ze rusten op de zandbanken in de lagune.


Naast de kokmeeuwen zijn ook de zwartkopmeeuwen, geelpootmeeuwen en Audouins meeuwen goed vertegenwoordigd. De mannetjes van de Audouinsmeeuw zijn aan het baltsen en bieden keitjes aan het vrouwtje aan door ze op een bepaalde plaats neer te leggen om de nestplaats aan te duiden.

Baltsende Audouinsmeeuw.


Het gezang van de vogels komt niet zomaar uit de lucht vallen. Het zijn intense belevingsmomenten in schitterende landschappen, met prachtige zonsondergangen die weerspiegeld worden in de lagunes.


Ook het kleinere grut zit niet stil: de Cetti’s zanger laat zich filmen en de waterrietzanger, buidelmees en blauwborst staan te dringen om op de gevoelige plaat vastgelegd te worden.


In een droog kanaal zien we tot onze grote vreugde acht waterrallen open en bloot foerageren op de sliblaag. Deze vogels houden zich hier duidelijk niet aan hun reputatie van schuwe soort.


Een totaal ander biotoop is ontstaan door de aanleg van rietvelden om het afvloeiwater van de rijstvelden te zuiveren. Het gebruik van insecticiden en herbiciden in de rijstteelt veroorzaakt immers vervuiling. Daarom heeft de overheid een aantal rijstvelden omgevormd tot natuurlijke zuiveringsinstallaties. Het gaat om grote oppervlaktes die nu een rijke avifauna herbergen.


Een van de bekendste gebieden is El Violí, in de nabijheid van het schiereiland Buda. Een van de meest voorkomende vogels in dit rietveld is de purperkoet, een bijna prehistorisch ogende vogel met een snavel die aan een dinosaurus doet denken. Het zijn prachtige dieren met een contrasterend purper-wit kleurenpatroon.


In deze rietvelden zijn ook de zwarte ibis en de grote en kleine zilverreigers talrijk aanwezig.
Waar je ook wandelt, op de achtergrond hoor je steeds de krachtige branding van de zee. Op de stranden trippelen drieteenstrandlopers en kleine plevieren mee met de golfslag om voedsel te zoeken.


In dit prachtige gebied is er af en toe ook een negatieve noot. Over de invloed van verdelgingsmiddelen had ik het Al maar ook plastiekvervuiling speelt een grote rol.
Riumar is een vakantiedorp, net zoals Eucalyptus, en ligt er in deze periode van het jaar verlaten bij. Het is zelfs moeilijk om een open bar te vinden. Het dorp bestaat voornamelijk uit mooie villa’s die enkel dienen als investering of als tweede verblijf. Het is duidelijk geen plek voor de minder welgestelden (wat een weelde).
Het dorp ligt er piekfijn bij: iedereen maakt zich klaar voor een druk seizoen. Er is geen papiertje te bespeuren. Er is een mooie duinengordel, uitgestrekte parkings en knuppelpaden die door het duinengebied naar het strand leiden.
Tot je aan de baai komt, waar je op het eerste gezicht een prachtig zonovergoten strand verwacht. Wat een puinhoop. Het hele strand ligt bezaaid met enorme hoeveelheden plastiek, voornamelijk afkomstig van de scheepvaart: restanten van netten, touwen, blikken, plastic flessen, vismanden, isomo visbakken en allerlei ander afval ontsieren deze mooie plek.
Tussen al dat afval flaneren in het ondiepe water en op de zandbanken flamingo’s, grote sterns, groenpootruiters en aalscholvers.
Wat een ontgoocheling: een smetteloze boulevard tegenover een smerig en vervuild strand. Je zou er moedeloos van worden. Binnen enkele weken start hier opnieuw de grote recreatiestroom.


Toch blijft de Ebrodelta een oase waar trekvogels in de lente een rijk gedekte tafel vinden. De rijkdom aan rietgebonden zangvogels is overweldigend. Dankzij internationale erkenning is het gebied bewaard gebleven. Twee infocentra, gekoppeld aan ecomusea, bieden uitgebreide educatieve programma’s aan waar ook scholen gretig gebruik van maken.


Meer dan een bezoek waard.

Tekst : Rudy De Mol

Fotografie : Koenraad De Mol

1 thought on “De Ebro Delta in Spanje , een rust- en voederplaats voor trekvogels.

Een reactie achterlaten op Bernadette Van de Velde Reactie annuleren

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Follow by Email