Een hapje zomerlicht.
In de laatste stralen van een zachte zomerzon trippelde de haas door de weide alsof hij op inspectie was. Terwijl hij rondneusde tussen de duizenden grassprieten, viel zijn oog plots op dat ene halmpje. De
De schoonheid vereeuwigen, met camera en hart. Het juiste moment vastleggen, genieten van elke stap.
In de laatste stralen van een zachte zomerzon trippelde de haas door de weide alsof hij op inspectie was. Terwijl hij rondneusde tussen de duizenden grassprieten, viel zijn oog plots op dat ene halmpje. De
Daar stond je, aan de waterkant. Je ogen priemend naar het rimpelende water, zoekend naar die ene beweging.Elk spiertje in je lichaam gespannen,elk zintuig scherpgesteld.Als een boog die op het punt staat los te laten,
Op het Schippershuis,hoog boven de grond,huppelt een witte kwikstaartdartel in het rond. Op de dakpannen danst hij vol zwier,zijn pootjes licht als veertjes,zo gracieus en fier. Over de rand van de dakgoot tuurt hij rond.Op
Terwijl de wereld nog sliep en de nevels als sluiers over de velden lagen ging ik deze ochtend nog eens met de fiets op pad in de Damvallei. Op een bepaald moment kwam ik een
Fragiel hangend.Intens verlangendnaar de eerste stralen. Een streepje zon.De dag is nog prilmaar een beetje warmtemaakt een wereld van verschil.
Blaadjes zacht als zijde.Zo teer.Zo broos.De ranke stengel.Fier rechtopmaar buigzaam de wind trotserend.Even maar in bloei.Kort maar intens.Zo puur,met zoveel vuur.Zoals ze plots verscheen,gaat ze even snel weer ergens heen. Misschien wel naar een zieltje
Het landschap verschijnt,omhuld in een waas,waar nevels zich vleien. De stilte die zingt,onder takken,waar koele lucht ontspringt. Dan verschijnt ineens het licht.De ochtendzon roept.De dag is in zicht.
Terwijl ik met mijn fiets over een brugje reed nabij de ingang van het natuurgebied Bourgoyen-Ossemeersen, viel mijn oog op een grote zilverreiger iets verderop in de sloot. Ik plaatste mijn fiets aan de kant,
Zonder zorgen,zo licht en vrij.Niet denkend aan morgen,alleen jij en mij. Aanwezig in het nu,een moment zo puur.Dobberde je op het water,omringd door ontluikende natuur. In je ogen, een glinstering,helder en rond,zag ik de zon,die
Deze morgen passeerde ik een dode populier waarop zwavelzwammen stonden te blinken in de zon. Hun levendige gele en oranje tinten leken wel oplichtende vlammetjes, een contrast met het sombere hout waar ze op groeiden.