
Rond mijn twaalfde kreeg ik van mijn grote broer Rudy een klein natuurboekje.Zo eentje met vergeelde bladzijden en foto’s die net magisch genoeg waren om je wereld groter te maken dan je achtertuin.
Op een van die pagina’s stond een dier dat zich voorgoed in mijn hoofd nestelde, een zwarte salamander met felgele strepen, alsof iemand er met een penseel zonlicht overheen had getrokken.
Ik weet nog dat ik dacht, die wil ik ooit in het echt zien.
Geen idee hoe, geen idee waar maar ooit.
Fast forward, 44 jaar later.
Onlangs stond ik in de Argonne, op een avond waarop de regen niet viel maar neerstortte.
Het soort regen waarbij je je afvraagt waarom je in hemelsnaam buiten bent.
Maar dit was precies het weer waar ik op hoopte.
Met een zaklamp in de hand speurde ik een klein bronbeekje af.
Stap voor stap, lichtbundel over stenen en natte bladeren, ogen gefocust op elke donkere vorm in de bedding.
Ik had het al zo vaak geprobeerd.
Avonden lang. Telkens zonder succes. Maar deze keer voelde anders.
Na een tijd, net wanneer twijfel stilaan begon te knagen, zag ik haar.
Een zwanger vrouwtje, stil en onaangedaan langs het water. Alsof ze daar al die tijd op mij had gewacht. Salamanders van deze soort baren hun larven levend, een klein wonder dat zich gewoon daar, in dat beekje, afspeelt.
Ze liet zich rustig fotograferen terwijl de hemelsluizen wagenwijd openstonden.
Mijn jas doorweekt maar ik merkte het amper. Alles viel weg behalve dat ene moment, twaalf jaar oud zijn en denken ooit en dan beseffen dat dat ooit nu is geworden.
Je vindt ze pas wanneer het zes tot acht graden is, en alles doordrenkt is van vocht of regen.
Het klopte dus perfect. Misschien moest het gewoon zo zijn, op zo’n avond waarop niemand anders buiten wil zijn.Een droom die 44 jaar heeft gewacht.
En geloof me, ondanks het rotweer kon mijn avond niet meer stuk.

Wat een prachtige belevenis !!