Voor corona trok ik er met mijn camera vooral op uit tijdens natuurreizen. Maar toen Covid-19 ons allemaal aan huis kluisterde, veranderde alles.

Opeens was de wereld klein geworden. Mijn speelveld bestond uit de wegels, velden en bossen in de buurt van mijn woning. En precies daar, in die beperkte cirkel, vond ik onverwacht een nieuwe vrijheid. Ik besloot dat dit het moment was om mijn fotografie naar een hoger niveau te tillen.
Elke dag stapte ik op mijn fiets, altijd dezelfde route, maar nooit dezelfde beleving. Soms kwam ik een vos tegen, soms kleurde het licht de velden in tinten die ik nog nooit had opgemerkt. Het waren kleine, haast onzichtbare micro-avonturen die mijn ogen steeds verder openden.

Wat begon als noodzaak groeide uit tot bewondering en verwondering. Mijn waardering voor Heusden/Destelbergen, de plek waar ik ben opgegroeid, werd met de dag groter. Al jaren speelde het idee in mijn hoofd om mijn geboortestreek vast te leggen, om te laten zien dat schoonheid niet altijd ver weg hoeft te zijn. Nu kreeg dat plan eindelijk vorm.

Achteraf gezien was dat virus, hoe wrang ook, voor mij persoonlijk een soort zegen. Het dwong me om mijn eigen omgeving opnieuw te ontdekken, mijn “roots” te omarmen en te zien wat er altijd al was. ik had het alleen nog nooit zo bekeken.