Site Overlay

Ik dacht dat ik droomde…

Drie grote zilverreigers bewogen langzaam door het ondiepe water, op zoek naar iets eetbaars. Met hun lange poten tastten ze behoedzaam de bodem af. Af en toe verstarden ze, hun blik scherp gericht op wat zich onder het wateroppervlak bewoog.

Het zicht was wazig en daardoor leek alles nog meer op een droom. De geluiden waren gedempt, de bewegingen vertraagd. Even wist ik niet meer waar de werkelijkheid ophield en de droom begon.

Het landschap rondom mij was idyllisch. Langs het water wiegden brede rietkragen zachtjes heen en weer. Onder het oppervlak schuilde een overvloed aan leven.

Op het water dreven bladeren van de gele plomp, daartussen openden zich hun gele bloemen.
Kleine zonnetjes op een stil wateroppervlak.

Alles klopte.

Te mooi misschien.

Ik kneep mijn ogen even dicht.

Was dit werkelijk?

Of was ik ergens tussen slapen en waken blijven hangen?

Toen ik mijn ogen weer opende, stonden de drie zilverreigers er nog steeds.
Roerloos nu, alsof ook zij deel uitmaakten van een droom die elk moment kon verdwijnen.

Maar ze verdwenen niet.

Het water was echt. Het riet was echt. De vissen waren echt. De gele bloemen dreven werkelijk tussen de bladeren en de drie zilverreigers gingen onverstoorbaar verder met hun zoektocht.

En toen besefte ik het.

Ik droomde niet.

Mijn droom lag gewoon voor mijn ogen.

Alsof mijn verbeelding heimelijk vooruit was gelopen en ergens in het landschap op mij had gewacht.
Alsof ze me wilde zeggen, kijk maar goed, soms bestaat wat je droomt gewoon echt.

Misschien hoef je een droom dan ook niet altijd na te jagen.

Misschien moet je soms alleen maar vertragen.

Even stilstaan.

Goed kijken.

En je ogen openen.

Want soms wacht een droom gewoon ergens op je, tot je hem eindelijk herkent.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Follow by Email